Vonnis kortgeding 24 oktober 2019

De stichting Sint Elisabeth Hospitaal (SEHOS) heeft op 24 oktober 2019 het vonnis mogen ontvangen van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao, inzake het door SEHOS geëntameerde kort geding tegen het Land Curaçao. SEHOS heeft het Gerecht verzocht het Land Curacao te bevelen artikel 11 en 12 van de MoU van 20 september 2013 tussen USONA, Land Curaçao en SEHOS [‘MoU’] na te komen.  In artikel 11 en 12 van de MoU zijn het Land en SEHOS overeengekomen dat de schuldsanering van SEHOS een onderdeel vormt van een integrale oplossing, de netto-restschuld die overblijft voor rekening van het Land komt en de schuld aan het Land, bestaande uit loonbelasting en een lening door het Land wordt kwijtgescholden.

SEHOS heeft hierbij concreet verzocht om (i) kwijtschelding van schulden van SEHOS aan het Land ad ANG 57.5 miljoen, welke schulden zijn aangegaan dan wel zijn ontstaan doordat SEHOS aantoonbaar te weinig is vergoed door de overheid, voor de dienstverlening aan de patiënten die middels SVB zijn verzekerd, en (ii) betaling aan SEHOS van de te weinig vergoede zorgkosten over de periode vanaf 2016, en overige vergoedingen voor de poli-nobo en arts-assistenten, totaal ANG 44.8 miljoen.

Wel of niet geldig MoU van 20 september 2013?

De reden voor dit kort geding was gegeven door het feit dat de ministers van GMN en Financiën zich op het standpunt hebben gesteld dat de overheid niet gehouden de betreffende MoU na te komen. In het vonnis van 24 oktober 2019 heeft het Gerecht naar voorlopig oordeel bepaald dat het uitgangspunt moet zijn dat de partijen nog aan de MoU gebonden zijn, voor zover er na de totstandkoming hiervan, geen afwijkende afspraken zijn gemaakt. SEHOS informeert hierbij aan de gemeenschap dat er geen afwijkende afspraken dienaangaande met de overheid zijn gemaakt na 20 september 2013.

Geen spoedeisend belang bij kwijstschelding:

Voor wat betreft het verzoek van SEHOS tot kwijtschelding van de schulden ad ANG 57.5 miljoen van het ziekenhuis aan de overheid, heeft het Gerecht bepaald dat zolang er geen risico bestaat dat het Land deze schulden gaat incasseren dit belang van SEHOS onvoldoende zwaarwegend is. Aangezien volgens het Gerecht van enige concrete dreiging van incassomaatregelen door het Land in het geheel niet is gebleken, heeft het Gerecht geoordeeld dat SEHOS op dit moment geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. 

Incasso door Landsontvanger op 24 oktober 2019:

Inmiddels is de dreiging van incassomaatregelen door het Land wel aanwezig. Uitgerekend op 24 oktober 2019 (derhalve op de dag van het vonnis) heeft SEHOS een akte van betekening van de deurwaarder van de Landsontvanger van Curaçao, met een factuur van 18 oktober 2019 met vervaldatum van 17 november 2019 ontvangen, waarin het Land deze vorderingen incasseert. De overheid heeft dus gewacht tot na het kortgeding om over te gaan op de incasso van de boven aangegeven vorderingen op SEHOS.

Geen rekening gehouden met vertragingsschade:

Voorts bestaat er volgens het Gerecht nog geen duidelijkheid over de periode waarop de kwijtschelding van schulden betrekking heeft: alleen de schulden tot het moment van totstandkoming van de MoU, of ook daarna. Een kort gedingprocedure biedt echter geen ruimte voor de bewijslevering, zodat het Gerecht hierover in kort geding geen oordeel heeft kunnen geven. Het argument van SEHOS is evenwel dat de MoU in september 2013 is gesloten, met de gedachte dat het nieuwe ziekenhuis eind 2016 gereed zal zijn. Inmiddels is het drie jaar later en is het nieuwe ziekenhuis nog niet gereed. SEHOS is niet verantwoordelijk voor deze vertraging, maar heeft als gevolg daarvan wel schade geleden, bijvoorbeeld vanwege onvermijdbare investeringen die in de periode 2017-2019 zijn gedaan, waar ten tijde van ondertekening van de MoU geen rekening mee is gehouden. De schulden die als gevolg van deze vertragingschade zijn ontstaan, dienen eveneens door het Land te worden kwijtgescholden.  

Overige vorderingen van SEHOS op het Land:

Voor wat betreft het verzoek van SEHOS tot compensatie van de  te lage vergoeding voor de geleverde zorg aan de SVB-patiënten over de periode vanaf 2016 tot en met heden, heeft het Gerecht geoordeeld dat SEHOS inmiddels bij de bestuursrechter een proces heeft lopen. Gelet daarop heeft de kortgedingrechter bepaald dat hij daarover niet kan beslissen. Volgens het Gerecht dient SEHOS de beslissing van de LAR-rechter af te wachten. SEHOS zal trachten om bij het Gerecht deze procedures bespoedigd te krijgen, echter hierbij is SEHOS afhankelijk van de capaciteit van het Gerecht.

Voor wat betreft de overige vorderingen van SEHOS op het Land inhoudende de vergoeding van het budget voor arts-assistenten en het beheer van de Poli Nobo, heeft het Gerecht geoordeeld dat de daarop betrekking hebbende overeenkomst tussen het Land en SEHOS, onvoldoende onderbouwing biedt om in kortgeding te kunnen worden toegewezen te worden.

Afstemmen van verantwoorde zorg en de belangen van de stichting:

Na ontvangst van het vonnis op 24 oktober, heeft het bestuur direct contact opgenomen met de Minister van GMN en afspraken gemaakt voor de financiering van aanschaf van materialen en de borging van de belangen van de stichting. Overleg over deze zaken tussen de overheid en SEHOS zal dezer dagen worden gecontinuëerd en SEHOS heeft er vertrouwen in dat de partijen er uiteindelijk uit zullen komen.

Voor het Bestuur van SEHOS is de voornaamste zorg dat de continuïteit van verantwoorde zorg en de belangen van de stichting gezamenlijk geborgd blijven, en is op dit moment dus niet het geval. Hoewel de boodschap van de Minister van GMN aan SEHOS en aan de gemeenschap sympathiek en eenvoudig lijkt, te weten SVB betaalt alle materialen en medicijnen,leidt de voorlopige oplossing van de Minister niet tot borging van verantwoorde zorg.

Het voorstel van de Minister om SVB de rekeningen van bestellingen van SEHOS te laten vergoeden, jaagt SEHOS namelijk op nog meer schulden, alleen nu niet aan de leveranciers, maar aan de SVB. SVB verrekent de door hem gedane betalingen namelijk met het zorgbudget van SEHOS, terwijl de Minister daarop geen aanpassing aangebracht. Daarnaast wordt SEHOS regelmatig door SVB geïnformeerd over de financiële beperkingen van de SVB zelf, waardoor betalingen door de SVB te laat plaatsvinden, met als gevolg dat de beschikbaarheid van de (medische) middelen en materialen, en daarmee de continuiteit van verantwoorde zorg, nog steeds niet gegarandeerd is.

Onduidelijke claims zijdens CMC (nieuwe ziekenhuis) aan SEHOS, met betrekking tot de overgang van het personeel en de kosten hiervan, leiden er ook toe, dat SEHOS in de nabije toekomst financieel nadeel zal kunnen ondervinden,  terwijl de gestelde vorderingen van CMC niet gebaseerd zijn op afspraken tussen partijen.

Het bestuur van SEHOS zal desalnietteming volledige ondersteuning blijven verlenen aan de transitie en de overgang naar het nieuwe ziekenhuis, echter het betreft tevens een verantwoordelijkheid van het Bestuur van SEHOS om de belangen van de stichting SEHOS te borgen. Belangrijk voor het Bestuur van SEHOS is dat alle stakeholders erop kunnen vertrouwen dat de stichting aan haar verplichtingen zal voldoen. Het Bestuur vertrouwt erop door middel van dit persbericht meer en duidelijke informatie aan de gemeenschap te hebben verstrekt inzake het onlangs gegeven vonnis.

Willemstad, 25 oktober 2019

Het Bestuur van stichting Sint Elisabeth Hospitaal

Informashon di kontakto

Breedestraat 193
Otrobanda
Willemstad, Curaçao

Yamadanan sentral
(+5999) 462 4900 of 910